1 / 25

Kinderneurologie

Kinderneurologie. Dr. Els Sercu. Kinder-neurologie. Ontwikkeling Paroxysmale verschijnselen Gedragsproblemen bij kinderen. Ontwikkelingsproblemen. Grote variatie in bereiken van de mijlpalen in ontwikkeling 4 aspecten: grove motoriek, fijne motoriek, taal en spraak en sociale interactie

lexi
Download Presentation

Kinderneurologie

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Kinderneurologie Dr. Els Sercu

  2. Kinder-neurologie • Ontwikkeling • Paroxysmale verschijnselen • Gedragsproblemen bij kinderen

  3. Ontwikkelingsproblemen • Grote variatie in bereiken van de mijlpalen in ontwikkeling • 4 aspecten: grove motoriek, fijne motoriek, taal en spraak en sociale interactie • Jonge kinderen: Denver schalen • Oudere kinderen meer complex onderzoek nodig via CLB en/of revalidatiecentrum

  4. Evaluatie van een ontwikkelingsvertraagd kind • Uitgebreide anamnese, zwangerschap, familiale anamnese • Klinisch onderzoek: biometrie inclusief hoofdomtrek • Het kind in zijn spel bekijken is een belangrijk deel van het klinisch neurologisch onderzoek • Huid: neurocutane syndromen • Dysmorfie

  5. Dysmorfie • Majeure afwijkingen • Lipspleet, cardiopathie, klompvoet, …. • 2 majeure afwijkingen, zoeken naar een overkoepelende oorzaak • Vaak genetisch bepaald • 50 % van alle genen komen vroeg of laat tot uiting in het CZS • Multipele aangeboren afwijkingen → grote kans op ontwikkelingsstoornissen CZS

  6. Dysmorfie • Mineure afwijkingen • Kwalitatieve mineure afwijkingen: < 5% van de bevolking: preauriculaire putjes, dwarse handlijn, extra tepel, clinodactylie, kieuwboogresten,… • Kwantitatieve kenmerken: hypertelorisme, dysplastische oorschelpen, lengte van het philtrum, …

  7. Mineure afwijkingen • 1-2 mineure afwijkingen: normaal • 3 of meer: waarschijnlijk afwijkend maar kunnen ook familiale varianten zijn • Meer dan 5 afwijkingen: meestal afwijkend

  8. Aanvullende onderzoeken • Centrale beeldvorming: NMR onderzoek hersenen • Bloedafname afhankelijk van de kliniek: spierenzymen, • Genetisch onderzoek • Familiaal mentale retardatie is multifactorieel, genetisch onderzoek levert niets op • Matig mentale handicap en meer dan 3 mineure afwijkingen: meer kans op onderliggende chromosomale afwijkingen

  9. Paroxysmale verschijnselen • ‘Episode van veranderd bewustzijn’ • Meest frequente neurologisch probleem • Britse studie: 6,7 % van een cohorte had minstens 1 episode • 4,1 % epilepsie • 2,6 % koortsstuipen, breath holding attacks, syncopes, …

  10. Epileptische syndromen • Syndroom van West (leeftijd 4-10 maanden) • Infantiele spasmen • EEG: hypsarytmie • mentale deterioratie • Syndroom van Lennox-Gastaut (lft 1-7 jaar) • Tonische, atone en myoclone aanvallen • Trage veralgemeende piekgolfcomplexen op EEG • Mentale retardatie • “Severe myoclonic epilepsy of infancy’ SMEI of Dravet syndroom • 4-10 maanden • Clonische aanvallen, frekwent, uitgelokt door koorts, frekwente status epilepticus • Ernstige mentale retardatie

  11. Epileptische syndromen • Absence epilepsie van het jonge kind • 3-8 jaar leeftijd • Korte absences, meerdere keren per dag • Normaal tussen de aanvallen door • 10 – 15 % blijvend problemen op volwassen leeftijd • Gegeneraliseerde tonisch clonische aanvallen bij 1/3 van de patienten op volwassen leeftijd

  12. Epileptische syndromen • Juveniele absence epilepsie • > 9 jaar • Minder frekwente absences, minder diep bewustzijnsverlies • 90 % hebben andere types van aanvallen (tonisch – clonisch, myoclonien) • Levenslange behandeling

  13. Epileptische syndromen • Benigne rolandische epilepsie • 2-13 jaar • Slechts 10 % met de EEG afwijkingen ontwikkelen klinische aanvallen • Normale ontwikkeling • Geen recidieven >16 jaar

  14. Niet epileptische paroxysmale aanvallen • Anoxische aanvallen • vago vagale syncopes • Breath holding spells (“blauw” of “wit”) • Cardiale ritmestoornissen • Acute psychiatrische problemen • Angstaanvallen, pseudo aanvallen

  15. Gedragsproblemen • AD(H)D: attention deficit and hyperactivity disorder • ASS: autisme spectrum stoornis(vroeger: pervasieve ontwikkelingsstoornis) • DCD : developmental coordination disorder • NLD: non verbal learning disorder, heet nu visuo-spatiele leerstoornis

  16. Gedragsproblemen • AD(H)D • DSM IV criteria (diagnostic and statistical manual of mental illness – IV) • Frekwent: 6-9 % van de schoolgaande kinderen • Problemen moeten voldoende groot zijn vooraleer medicatie

  17. DSM IV kenmerken voor adhd • Aandacht (6/9 kenmerken noodzakelijk) • Slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij een andere activiteit • Heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden • Lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt • Heeft moeite met organiseren van taken en activiteiten • Vermijdt vaak, heeft een afkeer van, of is onwillig zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen (zoals school- of huiswerk) • Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden ( bijvoorbeeld, speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap) • Wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels • Is vaak vergeetachtig bij dagdagelijkse bezigheden

  18. DSM IV criteria voor adhd • Hyperactiviteit (6/9 kenmerken binnen de criteria voor overactief/impulsief) • Beweegt vaak onrustig met handen of voeten of draait in zijn stoel. • Staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten. • Rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid) • Kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten. • Is vaak in de weer of draaft maar door • Praat vaak aan 1 stuk door

  19. DSM IV criteria voor ADHD • Impulsiviteit • Gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn. • Heeft vaak moeite om zijn./ haar beurt af te wachten. • Verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes)

  20. DSM IV kenmerken ADHD • 3 types: overwegend aandachtsgestoord, overwegend overactief of gecombineerd • Kenmerken moeten aanwezig zijn op minstens 2 plaatsen, minstens sinds 6 maanden, gestart voor de leeftijd 7 jaar • Er moeten duidelijke beperkingen zijn in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren.

  21. Beperkingen van DSM IV criteria • Geen aandacht voor ontwikkelingsniveau van het kind. • Het gaat om ja/nee antwoorden op kenmerken die als gradueel kunnen omschreven worden.

  22. Einde van de voordracht

More Related