1 / 39

DE VOET

DE VOET. Bouw en functie van de gewrichten van de voet. Via deze button kun je telkens terug naar dit menu. Menu van bekken en heupgewricht. Bewegingen van de voet. Gewrichten van de voet, overzicht. Bovenste spronggewricht. Onderste spronggewricht. Transversale voetgewrichten.

sanura
Download Presentation

DE VOET

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. DE VOET Bouw en functie van de gewrichten van de voet

  2. Via deze button kun je telkens terug naar dit menu Menu van bekken en heupgewricht Bewegingen van de voet Gewrichten van de voet, overzicht Bovenste spronggewricht Onderste spronggewricht Transversale voetgewrichten Ligamenten Bewegingsomvang Voetbogen MENU

  3. Bewegingen van de voet als geheel De voor de bewegingen van de voet belangrijkste deelnemende gewrichten, bevinden zich in het rood omcirkelde gedeelte dorsaalflexie eversie of pronatie inversie of supinatie neutrale positie de calcaneus is onder de talus uit naar opzij getrokken plantairflexie MENU

  4. artt. tarsometatarsales art. calcaneocuboidea amputatielijn van Lisfranc amputatielijn of gewricht van Chopart transversale voetgewrichten voorste onderste spronggewricht achterste gewrichtsvlak talus voor bovenste spronggewricht Voetgewrichten distale ... interfalangeale gewrichten proximale ... artt. metatarsophalangeales MENU

  5. Gewrichten van de voet De voet is opgebouwd uit vele botten, die alle partner zijn in meerdere gewrichten metatarsofalangeale gewrichten tarsometatarsale gewrichten straf = weinig beweeglijk Benoem de na muisklik aan te geven, (belangrijkste) gewrichten: tarsale gewrichten dwarse (transversale) gewrichten art. talocalcaneonavicularis (voorste onderste spronggewricht) art. calcaneocuboidea art. talocruralis (bovenste spronggewricht) art. subtalaris of art. talocalcanearis (achterste onderste spronggewricht) MENU

  6. Voetskelet met verloop van gewrichtsassen van bovenste en onderste spronggewricht Benoem de assen en de erbij horende bewegingen: as onderste spronggewricht BEWEGINGEN: as bovenste spronggewricht plantairflexie / dorsaalflexie eversie / inversie MENU

  7. rotaties als aanpassing aan ongelijke onderlaag as transversale voetgewrichten: vnl. art. calcaneocuboidea Voetgewrichtsassen ook de pezen van de onderbeenspieren zijn aangegeven as onderste spronggewricht BEWEGINGEN: plantairflexie / dorsaalflexie as bovenste spronggewricht eversie / inversie MENU

  8. De volgende gewrichten worden in de aangegeven volgorde besproken: • Bovenste spronggewricht (art. talocruralis) • bewegingen: plantairflexie / dorsaalflexie • Onderste spronggewrichten (art. subtalaris en art. talocalcaneonavicularis) • bewegingen: inversie / eversie • Transversale voetgewrichten (art. talocalcaneonav. en art. calcaneocuboidea) • bewegingen: rotaties om de voetlengteas MENU

  9. syndesmosis tibiofibularis anterior en posterior malleolus lateralis malleolus medialis let op het aantal gewrichtsvlakken: lig. deltoideum • Lateraal: • tussen fibula en talus • Centraal: • tussen tibia en talus • Mediaal: • tussen tibia (malleolus) en talus • Bovenste spronggewricht bovenaanzicht de talus is “wigvormig” in voor-achterwaartse en in proximo-distale richting MENU

  10. Frontaalaanzicht frontale (= coronale) doorsnede door calcaneus en talus bovenste spronggewricht Let op de diverse gewrichtsvlakken en het taps toelopen van de talus in proximo-distale richting (= van boven naar beneden) tibia talus fibula achterste onderste spronggewricht Duidelijk zijn de witte kraakbeen- gewrichtsoppervlakken en de banden als witte strengen tussen fibula en calcaneus en tussen fibula en talus te zien. De donkere ovale structuren buiten het bot, zijn pezen. calcaneus MENU

  11. Bewegingen in het bovenste spronggewricht Benoem de bewegingen in de volgorde van 1 tot en met 4: onderbeen punctum fixum plantairflexie dorsaalflexie 4 3 dorsaalflexie 2 voet punctum fixum 1 plantairflexie MENU

  12. Vooraanzicht preparaat: Bovenste spronggewricht in plantairflexie. In dorsaalflexie zou de talusrol (trochlea tali) niet te zien zijn. Let op de ligamenten die vanuit de beide malleoli naar de talus lopen. Door de vorm van de vork van de cruris (onderbeen) en de in die vork gelegen trochlea tali, is uitsluitend een voorwaarts/ achterwaartse beweging van het onderbeen mogelijk : resp. dorsaalflexie / plantairflexie. Door de bredere voorkant van de trochlea tali (wigvorm), loopt de crurale vork klem bij dorsaalflexie. MENU

  13. bovenaanzicht tarsus onderaanzicht talus talus is weggeklapt en wordt teruggeplaatst voorste onderste spronggewricht achterste onderste spronggewricht Afzonderlijk bewegen van voorste of achterste deel is NIETmogelijk! • Onderste spronggewricht bovenaanzicht talus (sinus tarsi) sulcus tarsi MENU

  14. eversie / inversie as deeversie/inversieas wordt uit didactische overwegingen beschouwd als te zijn opgebouwd uit component assen. klik om deze te zien bol hol plantairflexie / dorsaalflexie adductie / abductie hol bol pronatie / supinatie As onderste spronggewrichten I tarsus, bovenaanzicht talus, onderaanzicht MENU

  15. laterale voetrand omhoog: laterale voetrand omhoog As onderste spronggewrichten II Benoem de bewegingen: mediale voetrand omhoog: inversie of supinatie eversie of pronatie MENU

  16. Variatie in verloop van de as van de onderste spronggewrichten Daar bewegingsassen niet bij iedereen op dezelfde manier verlopen, is ook een variatie in bewegingsuitslagen te verklaren. MENU

  17. deel van onderste spronggewricht : deel van onderste spronggewricht : gewrichtsvlak art. calcaneonavicularis gewrichtsvlak art. calcaneo- navicularis gewrichtsvlak art. calcaneocuboidea gewrichtsvlak art. calcaneocuboidea • Transversale voetgewrichten bovenaanzicht bewegingsassen N Cu ventraal aanzicht de bewegingen in deze gewrichten hebben tot doel : aanpassing van de voet aan de ondergrond dit zijn: lichte translaties en rotaties om de voetlengteas MENU

  18. Benoem nogmaals alle voetbewegingen dorsaalflexie 1 3 2 inversie = supinatie eversie = pronatie neutrale positie 4 plantairflexie MENU

  19. sustentaculum tali Mediaalaanzicht Geef de naam van het gehele ligament en benoem daarna de delen, tracht ook aan te geven welke bewegingen door welk ligament wordt geremd: pars tibiocalcaneare lig. deltoideum: eversie pars tibiotalare anterior eversie en plantairflexie pars tibionaviculare pars tibiotalare posterior plantairflexie en eversie eversie en dorsaalflexie MENU

  20. Lateraalaanzicht Benoem de ligamenten en de bewegingen die erdoor geremd worden lig. tibiofibulare anterius (syndesmosis) lig. talofibulare anterius plantairflexie en inversie lig. bifurcatum plantairflexie en inversie lig. calcaneofibulare inversie MENU

  21. malleolus medialis malleolus lateralis achilles pees Dorsaalaanzicht Benoem de ligamenten en de bewegingen die erdoor geremd cq voorkomen worden lig. talofibulare posterius naar dorsaal schuiven voet lig. deltoideum pars tibiocalcaneare eversie lig. calcaneofibulare inversie MENU

  22. plantairflexie Beantwoord de vragen, klik daarna voor het goede antwoord De voet staat in welke stand of heeft welke beweging gemaakt? inversie of supinatie Deze stand of beweging wordt meestal met welke andere voetbeweging gecombineerd? Bij de gecombineerde beweging wordt (worden) welke band(en) aangespannen? lig. talofibulare anterius en lig. calcaneofibulare; meestal ook nog het lig. bifurcatum, deze banden remmen de beweging (eerste 2) of scheuren bij een geforceerde beweging (voet verstuiken). neutrale positie MENU

  23. Beantwoord de vragen, klik daarna voor het goede antwoord Deze beweging (stand) is: en wordt meestal gecombineerd met: eversie of pronatie dorsaalflexie Ligamenten die deze beweging remmen zijn: lig. deltoideum, vnl. pars tibiocalcaneare en de tibiotalare delen Komt deze beweging - als geforceerde beweging waarbij scheuring van ligamenten optreed - in het dagelijkse en sportbewegingen wel of niet veelvuldig voor? komt NIET vaak voor ! een verstuiking in deze richting wordt opgevangen door het andere been, bovendien is het lig. deltoideum zeer sterk! neutrale positie MENU

  24. Beantwoord de vragen, klik daarna voor het goede antwoord Deze beweging (stand) is: en wordt geremd door: dorsaalflexie als eerste de wigvorm van de talus, die klem loopt in de crurale vork, daarnaast ook enigszins door het pars tibiotalare posterior en het lig. talofibulare posterius neutrale positie Deze beweging (stand) is:en wordt geremd door: plantairflexie lig. talofibulare anterius en het lig. deltoideum pars tibiotalare anterior en pars tibionaviculare MENU

  25. Bewegingsomvang van de voet dorsaalflexie BSG + OSG BSG OSG eversie inversie BSG + OSG + transversale gewrichten plantairflexie MENU

  26. Uitslag van voetgewrichten en leeftijd dorsaalflexie Met de toename van de leeftijd, neemt de beweeglijkheid van de voetgewrichten af eversie inversie neonatus 2 jarige 6 jarige 40 jarige 70jarige plantairflexie MENU

  27. dorsaalflexie / eversie plantairflexie / inversie plantairflexie / inversie plantairflexie / eversie ventrale onderbeenspieren oppervlakkige dorsale onderbeenspieren diepe dorsale onderbeenspieren laterale onderbeenspieren Spiergroepen en voetbewegingen MENU

  28. Peesverloop en voetgewrichtsassen Let op de ligging van de pezen ten opzichte van de bewegingsassen, dat is bepalend voor de functie. as onderste spronggewricht ventrale onderbeenspieren as bovenste spronggewricht laterale onderbeenspieren diepe dorsale onderbeenspieren oppervlakkige dorsale onderbeenspieren MENU

  29. eversie: dorsaalflexie: inversie: plantairflexie: ventrale en laterale onderbeenspieren ventrale onderbeenspieren alle dorsale onderbeenspieren alle dorsale onderbeenspieren De volgende bewegingen van de voet worden gemaakt door welke spiergroepen? MENU

  30. Voetbogen De voet heeft meerdere gewelven: • mediaal lengtegewelf • deze is het meest uitgesproken • lateraal lengtegewelf • dwarsgewelf • bij de kopjes van de metatarsalia is deze als de voet reeds licht belast is, niet aanwezig MENU

  31. Vorm en ontwikkeling van de lengtebogen bij de pasgeborene is de holte onder de voet gevuld met reservevet (voedselvoorraad), hierdoor lijkt de pasgeborene een platvoet te hebben, als het kind gaat lopen verdwijnt het reservevet en blijft er steunvet over. MENU

  32. Bij de cuneiformia is deze het hoogst, bij de kopjes van de metatarsalia verstreken MENU

  33. wigvorm van de tarsale botten ligamenten (o.a. aponeurosis plantaris) spieren van de voet De gewelfvorm wordt gehandhaafd door: MENU

  34. m. tibialis posterior m. flexor hallucis longus m. peroneus longus mm. plantares breves Gewelfvorm en spieren van de voet m. tibialis anterior m. triceps surae MENU

  35. Platvoeten (b) en holvoeten (c) zijn aan de vorm van de achillespees te herkennen mediaal lateraal normaal platvoet holvoet MENU

  36. Voetboog en functie • boogvorm is het meest geschikt om statische krachten op te vangen • een hogere boog geeft de voet meer stabiliteit (stevigheid) • een hogere boog geeft de voet minder beweeglijkheid • dorsaalflexie van de tenen versterkt (verhoogt) de lengteboog MENU

  37. Door op de tenen te gaan staan, wordt de voetboog holler De boogvorm is bij uitstek geschikt om belasting te dragen. Een hollere voet is steviger, dus meer bestand tegen statische belasting MENU

  38. Vooraanzicht transversale gewrichtsvlakken deel van voorste onderste spronggewricht : gewrichtsvlak art. calcaneonavicularis N N gewrichtsvlak art. calcaneocuboidea Cu Cu situatie bij normale tot afgeplatte voetbogen situatie bij holle voetbogen Naarmate de voetbogen holler zijn, worden voeten stugger = minder beweeglijk. Doordat de assen van de transversale gewrichten niet meer parallel lopen, ontstaat er wringing in de voet. MENU

  39. RELATIE VOETBOOG EN KLACHTEN • platvoeten kunnen klachten ontwikkelen in statische situaties : • strainklachten (surmenage) door overbelasting • irritaties op drukpunten • holvoeten kunnen klachten ontwikkelen in dynamische situaties : • strainklachten door wringing • NB: of er wel of geen klachten komen hangt ook af van vele andere factoren !! EINDE Voet MENU

More Related