1 / 63

WAT MAAKT HET ONDERWIJS IN BEGRIJPEND LEZEN EFFECTIEF? Wat werkt?

WAT MAAKT HET ONDERWIJS IN BEGRIJPEND LEZEN EFFECTIEF? Wat werkt?. Dr. Kees Vernooy Lector Emeritus Effectief taal-/leesonderwijs Centrum voor onderwijskwaliteit Kenniscentrum Expertis. Motto. Kinderen leren begrijpen wat ze lezen is het doel van het leesonderwijs.

adolph
Download Presentation

WAT MAAKT HET ONDERWIJS IN BEGRIJPEND LEZEN EFFECTIEF? Wat werkt?

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. WAT MAAKT HET ONDERWIJS IN BEGRIJPEND LEZEN EFFECTIEF?Wat werkt? Dr. Kees Vernooy Lector Emeritus Effectief taal-/leesonderwijs Centrum voor onderwijskwaliteit Kenniscentrum Expertis

  2. Motto Kinderen leren begrijpen wat ze lezen is het doel van het leesonderwijs.

  3. Wat is begrijpendlezen? Begrijpend lezen is een actief, complex proces van tegelijkertijd informatieonttrekken en betekenis verlenendoor interactie en betrokkenheid met geschreven taal. Het bestaat uit vier elementen: • de lezer • de tekst • het leesdoel • sociaal-culturele context

  4. WAT KOMT KIJKEN BIJ HET BEGRIJPEN VAN EEN TEKST? Leesdoel VlotDenkproces Voorkennis/ lezenMonitoren woordenschat Resultaat

  5. Begrijpend lezen en de wetenschap • We hebben grote vorderingen gemaakt op het gebied van wat we met technisch lezen moeten doen; het is bijna ontmoedigend dat dit voor begrijpend lezen nog niet het geval. • De optimistische verwachtingen over de begrijpend leesstrategieën zijn niet uitgekomen • Nog steeds vragen als: - Wat zijn naast voorkennis de belangrijkste strategieën en bestaat er een hiërarchie? - De rol van teksten. Moeten ze makkelijk of moeilijk zijn?

  6. Wat zegt de wetenschap ook? • Volgens internationaal onderzoek zijn de meeste leesproblemen het gevolg van fonologische problemen die leiden tot onvoldoende vloeiende en slecht begrijpende lezers; • Penner-Wilger (2008): één op de vijf zwakke lezers kan vlot lezen maar heeft problemen met begrijpend lezen; • Ander internationaal onderzoek: de woordenschat van kleuters voorspelt het begrijpend lezen halverwege de basisschool;

  7. Knelpunten begrijpend lezen • Een kwart tot een derde van de leerlingen is in groep 8 zwak (Van den Broek 2010); • Resultaten begrijpend lezen lopen terug (Cito 2007; PIRLS 2012); • De methoden voor de leesstrategieën blijken weinig/niet effectief te zijn (Cito 2007); • Nederlandse kinderen zijn geen gemotiveerde lezers; bijna 50% van de kinderen leest thuis nooit (PISA 2009); • De instructie in het omgaan met teksten laat veel te wensen over. Een te grote kloof tussen instructie en zelfstandig toepassen van leesstrategieën (Bunte, 2013); • Op veel scholen nemen na groep 6 de leesresultaten af (Hacquebord e.a. 2010): de leesvaardigheid van zwakke lezers neemt af als ze niet meer lezen (Willms en Murray, 2007); • Kinderen vinden het Cito Hulpboek Begrijpend lezen lastiger dan Tekstverwerken (Rommelaar 2012). Vinden Nieuwsbegrip makkelijk. • Veel leerlingen vinden zich geen competente lezer (Jolles e.a. 2013)

  8. Competentiebeleving lezen bij brugklassers(Jolles e.a. 2013)

  9. Een aantal uitspraken van topdeskundigen

  10. Wat zeggen ze? • Pressley (2000): Zonder een sterk fundament in basisvaardigheden als decoderen en woordenschat, is begrijpend lezen onmogelijk. • Torgesen (2003): Geen leesstrategie is krachtig genoeg om problemen met technisch lezen te compesenseren; • Dougherty Stahl (2013): goed onderwijs in begrijpend lezen steunt niet alleen op leesstrategieën, maar houdt ook in gesprekken op hoog niveau, schrijven als reactie op wat is gelezen of daaraan gerelateerd is, woordenschat, het leren van begrippen etc.

  11. Wat vereist begrijpend lezen? Veel! • Doelgericht en actief met teksten bezig zijn • Vlot en vloeiend en op toon kunnen technisch lezen • Woordenschat en relevante kennis van de wereld • Tekstkennis (genre, structuur, etc.) • Werkgeheugen • Strategieën en vaardigheden om actief betekenis te verlenen • Volharding en taakgevoel • Gemotiveerd zijn en zich competent voelen om met de tekst aan de slag te gaan

  12. Aandachtspunt: Begrijpend leestoetsen zeggen niet alles over begrijpend lezen Betekenen lage “begrijpend leesscores” dat leerlingen problemen met ‘begrijpend lezen’ hebben? Lage scores voor begrijpend lezen betekenen niet altijd dat er meer instructie op het gebied van begrijpend lezen moet komen.

  13. Problemen zwak begrijpende lezers • Is het een probleem met begrijpend lezen of met decoderen? • Is het een probleem met begrijpend lezen of met vlot en vloeiend lezen? • Is het een probleem met begrijpend lezen of met woordenschat/voorkennis? • Is het een probleem met begrijpend lezen of met het nadenken over de inhoud van de tekst? • Is het een probleem met begrijpend lezen of met de werkhouding? • Is het een probleem met begrijpend lezen of met het omgaan met tekstgenres?

  14. Hoe word je een goede begrijpende lezer? Van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen fonemisch bewustzijn woordenschat Begrijpend lezen decoderen vlot lezen zinsopbouw, praten begrijpend luisteren

  15. Wanneer begint het begrijpend lezen? Het begrijpend lezen begint niet na maar vóór het technisch lezen! De meeste begrijpend leesstrategieën vragen dat een kind vlot kan lezen.

  16. Wat moeten we doen?De belangrijkste aanbevelingen • Groep 1 – 8: aandacht voor woordenschat/kennis van de wereld (van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen)(95% van de woorden in een tekst kennen).Voorkennis heeft volgens Hattie (2012) een effectgrootte van 1.05. • Groep 1 – 8: aandacht voor vlot en vloeiend lezen (van fonemisch bewustzijn naar vlot en vloeiend lezen). • Groep 4 – 8: kinderen met allerlei soorten teksten leren omgaan (ook bij de kennisgebieden). Toelichting: 1 en 2 zijn de pijlers van het begrijpend lezen.

  17. Wat moeten we verder doen?

  18. 1. Stel toetsbare doelen voor begrijpend lezenZonder hogere doelen, geen betere resultaten!

  19. 2. Doe veel aan woordenschat en lees in de onderbouw veel voor Doet voorlezen ertoe? (Mol & Bus 2011)

  20. Paul van den Broek (2010) • Met het ontwikkelen van begripsvaardigheden kun je niet vroeg genoeg beginnen, blijkt uit onderzoek van Van den Broek en zijn team (2009). • Kinderen die op vierjarige leeftijd hoog scoren op begripsvaardigheden, zijn op latere leeftijd beter in begrijpend lezen.

  21. Maar ook …. kinderen moeten de woorden van het leren lezen kennen Een goede woordenschat versterkt ook het leren lezen. Het is van groot belang dat kinderen de woorden kennen die tijdens het leren lezen aan de orde komen. Dit versterkt, dat kinderen het leren lezen als betekenisvol ervaren.

  22. 3. Houdrekening met de niveaus van begrijpendlezen/niveaus van denken over de tekst Evaluatief “Denk en zoek” en boven de tekst staan (beoordelen) Afleiden “Denk en zoek” of tussen de regels lezen Letterlijk “Daar staat het”

  23. De rol van teksten “ Zoals het onmogelijk is zonder krachttraining de spieren sterker te maken, zo is het ook onmogelijk te werken aan een goede leesvaardigheid zonder uitdagende teksten.” The Challenge of Challenging Text Shanahan, Fisher, Frey (2012)

  24. Welke factoren maken een tekst complex?(Shanahan, Fisher, Frey, 2012 ) • Woordenschat (Moeilijke woorden, domeinkennis) • Zinsstructuur (Kort, lang, interpunctie, taalgebruik) • Coherentie (verbindingen) • Organisatie • Achtergrondinformatie

  25. Woordenschat Watmaakteentekstvooral complex? Krachtigevoorspellerscomplexiteit Syntaxis Liben, D. and Liben, M., 2012.

  26. Oriënteren op de structuur van een tekst Bunte (2013): Oriënteren op tekst-/verhaalstructuur komt vrijwel nooit voor! Het ging om 33 lessen in groep 7 en 8.

  27. 4. Ga op een vanzelfsprekende manier met een beperkt aantal leesstrategieën om Strategieën helpen bij: • Het actief nadenken over de tekst • Het doelgericht omgaan met de tekst

  28. Evidence-based leesstrategieën DOINGWHATWORKS (december 2010) • Activeren voorkennis, verbinden met persoonlijke ervaring, of voorspellen wat in een tekst zal gebeuren; • Vragen stellen tijdens het lezen; • Visualiseren van wat is gelezen; • Monitoren of checken of je het begrijpt tijdens het lezen; • Afleidingen maken; • Samenvatten of navertellen.

  29. Opkomst van de strategie ‘het belang van herlezen’ Herlezen leidt tot een beter en dieper tekstbegrip. Leerkrachten moeten leerlingen aanmoedigen teksten nog een keer te lezen.

  30. Wat worden op dit moment als de belangrijkste strategieën gezien? (Vernooy 2013) Kritische strategieën • Het omgaan met voorkennis voor, tijdens en na het lezen om te begrijpen wat je leest; • Afleidingen kunnen maken. Staat centraal. Daarbij geldt: je voorkennis bepaalt of je afleidingen kunt maken. Ondersteunende strategieën die van belang zijn: • Het stellen van een leesdoel en taakbewustzijn • Herlezen tekst • Het monitoren van je leesproces (o.a. vragen stellen) • Visualiseren en samenvatten • Weten wat je moet doen als je het niet meer begrijpt

  31. Methoden en leesstrategieënIllustratie: Frequentie strategieën Leeslink (basisabonnement) Sommige methoden hebben alleen korte teksten, waardoor er geen strategieën nodig zijn. Bijvoorbeeld: Overal tekst!

  32. Schoolbeleid Vanaf groep 1 altijd aandacht voor: • Het omgaan met voorkennis: - waar gaat het over? - wat weet je er al van? - Na groep 4: aandacht voor ondersteunende strategieën als kinderen vlot kunnen lezen

  33. a. Wat is de belangrijkste strategie? Voorkennis is voorwaardelijk Zonder (voor)kennis over dat wat je leest, is het slecht afleidingen maken en is het resultaat (doel: zelfstandig tot de inhoud kunnen komen van de tekst) laag. Voorkennis heeft een krachtig effect op het begrijpend lezen. Door een goede voorkennis pik je makkelijker iets op.

  34. Het belang van achtergrondkennis Onderzoek laat zien dat leerlingen met relevante achtergrondkennis het duidelijk beter doen dan leerlingen zonder die achtergrondkennis, ongeacht hun technische leesvaardigheid Source: Willingham, Why Don’t Students Like School? p. 27

  35. Wat hiermee doen? Pre-reading Belangrijke vragen: • Waar gaat het over? • Wat weet ik er al van? Pre-teaching Maar effectiever is volgens recent onderzoek (2011): Pre-teaching van kernwoorden

  36. Hoe? elk moeilijk/onbekend woord wordt op het bord geschreven. Onderzoek laat zien, dat leerlingen daardoor een woord beter onthouden; modelen onbekende meerlettergrepige woorden; - bij elke tekst die aan de orde is, worden twee onbekende woorden vooraf door de leerkracht in het kort uitgelegd. Onderzoek van Marzano (2002) toont aan, dat dit zeer effectief is. - de twee onbekende woorden komen via de coöperatief lerenmethodiek denken-delen-uitwisselen aan de orde (draagt bij aan woordbewustzijn).

  37. b. Het belang van afleidingen kunnen maken • Conclusies kunnen trekken vraagt, omdat de tekst dikwijls ‘impliciet’ van aard is, om informatie uit de tekst te kunnen afleiden. • Tussen de regels kunnen lezen! • Schrijvers zeggen dikwijls meer dan ze op het eerste gezicht zeggen.

  38. Als ze binnenkomt, is ineens iedereen stil. • Het schilderij is al jaren familiebezit, maar moet nu helaas verkocht worden. • Vroeger zou ik dood geweest zijn. • Ik vergeet soms naar mijn werk te gaan.

  39. c. Watdoenals je het nietmeerbegrijpt? Herlezen, vooruit lezen, nadenken, kijken naar afbeeldingen Het aanpassen van de leessnelheid Om hulp vragen

  40. d. Stimuleer steeds doelgerichtheid en monitoren Leesdoel Monitoren Resultaat

  41. e. Combinatie van strategieën werkt het best National Reading Panel vond dat instructie van een combinatie van strategieën in het algemeen effectiever was dan instructie van afzonderlijke strategieën. Een combinatie van strategieën werkt het best!

  42. Het belang van samenhang Vlot en vloeiend lezen, woordenschat, leesstrategieën en het omgaan met tekstkenmerken moeten we in samenhang zien en toepassen. Werkt doelgericht (wat is mijn leesdoel?) vanuit drie stappen: • Voor het lezen • Tijdens het lezen • Na het lezen

  43. Superieur: samenhangend gebruik van strategieën (= monitoren) • Doelen stellen (waarom tekst lezen) • Verkennen tekst/voorspellen • Actualiseren achtergrondkennis Vóór het lezen • Begrijp ik het? • Monitoren begrijpen (vanuit leesdoel) • Integreren nieuwe begrippen Tijdens het lezen • Samenvatten • Evalueren; doelen gehaald? • Toepassen Na het lezen

  44. 5. Laat leerlingen ook samenwerken • Leerlingen kunnen elkaar helpen en het is goed voor het begrijpend lezen en de motivatie. • Door peer tutoring gaan leerlingen dieper op de tekst in. • Heel veel onderzoek toont, dat tutoring met (jonge) kinderen heel effectief kan zijn (Berrill 2009, Egbertsen 2012). Peer tutoring heeft een effectgrootte van 0.55.

  45. Groep 4: hussel- en invulverhaaltjes ordenen in een tabel het belangrijkste woord zoeken de beste titel zoeken waar gaat deze tekst over Groep 8: cloze-taak husselteksten hoofd- en bijzaken compleet maken 6. Laat leerlingen ervaring opdoen met (onbekende) tekstvormen

  46. Leer leerlingen omgaan met teksten Cito Eindtoets - Neem via een gestructureerde aanpak Cito Eindtoetsen uit de afgelopen jaren door. Deze aanpak doet ook de stress bij de leerlingen voor de Eindtoets afnemen. - Jarenlang zei het Cito dat oefenen van Eindtoetsen geen effect heeft, terwijl wij zeiden dat het wel effect heeft. Nu geeft het Cito zelf aan dat het effect heeft. - Hoe oefenen. In dat verband kan een school in de periode november – januari het beste van de volgende aanpak uitgaan: 1. oefen eerst (november) met de hele groep, waarbij de leerkracht vooral modelt hoe hij/zij met de toets omgaat; 2. laat leerlingen in december in duo’s vanuit PALS eindtoetsen maken; 3. laat in januari leerlingen alleen toetsen maken. Om deze aanpak succesvol te laten zijn, is het van belang dat de leerkracht in al de drie fasen leerlingen veel taakgerichte feedback geeft.

  47. 7. Gebruik ook actuele teksten Volgens Guthrie (2002) is de interactie met de echte wereld (actualiteit), zoals in Nieuwsbegrip plaatsvindt, voor de leerlingen cruciaal. Bij die interactie met de echte wereld zijn ze automatisch bezig met het uiterst belangrijke proces van activering en het opbouwen van voorkennis. Ze denken na over wat ze al weten. Daarnaast beïnvloedt interactie met de echte wereld ook hun motivatie om te lezen, omdat deze teksten meer aansluiten bij hun belevingswereld.

  48. 8. Laat kinderen veel lezen “Recent vonden we, dat de omvang van het lezen van leerlingen in de school één van de belangrijkste verschillen in ervaringen was in meer of minder effectieve klassen.” (Allington, 2003) Zorg voor een stilleesbeleid, waarbij leerlingen wat te kiezen hebben!

  49. Universiteit van Amsterdam Boeken lezen van hoog niveau verhoogt kans op goede Cito-score (Kortlever & Lemmens 2012). De studie bevestigt het belang van regelmatig vrij lezen. Het regelmatig lezen van tijdschriften had geen effect.

  50. 9. Spreek regelmatig met leerlingen over wat ze van het begrijpend lezen vinden Vraag de leerlingen: - Waarmee willen jullie dat ik help om de teksten beter te begrijpen? - Wat heb jullie geleerd om de tekst beter te begrijpen? - Wat zou je de volgende keer willen leren om de teksten beter te begrijpen? We maken een plan voor de komende maand.

More Related