1 / 16

Met welke farmacotherapeutische kennis onderscheidt de oncoloog zich?

Met welke farmacotherapeutische kennis onderscheidt de oncoloog zich?. Jan Schellens. Welke farmacotherapeutische kennis heeft de medisch oncoloog nodig?. Kennis van dosis-werkingsrelaties van oncolytica: Dosis-effectiviteit Dosis-bijwerkingen Kennis over verschillen tussen patiënten:

avidan
Download Presentation

Met welke farmacotherapeutische kennis onderscheidt de oncoloog zich?

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Met welke farmacotherapeutische kennis onderscheidt de oncoloog zich? Jan Schellens

  2. Welke farmacotherapeutische kennis heeft de medisch oncoloog nodig? • Kennis van dosis-werkingsrelaties van oncolytica: • Dosis-effectiviteit • Dosis-bijwerkingen • Kennis over verschillen tussen patiënten: • Genetische factoren • Demografische factoren en bijkomende ziekten • Kennis over ondersteunende therapie • Kritisch beoordelingsvermogen

  3. Mogelijke vormen van Dosis-Respons (R) curves Toxiciteit RMAX (R) Dosis

  4. Dosis-intensiteit en Her2-receptor bij borstkankerAdjuvante behandeling Her2+++ en Lymfklier + CAF mg/m2 q 5-jaarsoverleving 600-60-600 4 wks*4 85 % 400-40-400 4 wks*6 45% * 300-30-300 4 wks*4 36% # *,#p<0.001 Muss et al. NEJM 1994;330:1260

  5. Patiënten zijn hetzelfde Patiënten zijn verschillend

  6. Utilization of comprehensive geriatric assessment in cancer patientsChen CC, Kenefick AL, Tang ST, McCorkle R.Crit Rev Oncol Hematol. 2004 Jan;49(1):53-67. • Yale University School of Nursing, • New Haven, CT, USA Oog voor ouderen

  7. Medische Oncologie 2004; 7: no 1, p. 17

  8. Kennis over ondersteunende therapie Medische Oncologie 2004; 7: no 1, commissie BOM

  9. Klinisch onderzoek voor registratie:http://www.emea.eu.int/humandocs/Humans/EPAR/emend/emend.htm Cisplatinum-geïnduceerd acuut en vertraagd braken

  10. Aanvullend onderzoek in de praktijk • Aanpassen schema aan lagere dosis en ook andere 5HT3 antagonisten • Dosis en schema bij andere schema’s met cis-Pt (BEP, wekelijks met RT,….) • Kinderen en adolescenten • Zonder aanvullend onderzoek: terughoudendheid met aprepitant • Risico op geneesmiddeleninteracties

  11. Epoëtine bij behandeling van bloedarmoede Nature Medicine News 2003; 9: 1439

  12. THE LANCET Oncology Vol 4 August 2003 Reflection and reaction Breast cancer trial with erythropoietin terminated unexpectedly A randomised, double-blind, placebocontrolled study was designed by Johnson & Johnson to investigate the effect of erythropoietin treatment to maintain normal haemoglobin concentrations on survival in patients with metastatic breast cancer. The resulting multicentre trial (which enrolled 939 patients) investigated the use of erythropoietin (Eprex) as an adjunct to chemotherapy to prevent anaemia in patients with metastatic breast cancer who were receiving first-line chemotherapy. The findings of this study have raised the possibility of an adverse effect on survival and we therefore believe it is extremely important to communicate this information promptly. The study was terminated early because of an observed higher mortality in the group treated with Eprex. An analysis of 12-month survival, which was the primary endpoint, showed a statistically significant difference (p=0·0117) between patients in the placebo group (76%) and those in the Eprex group (70%). The observed difference in number of early deaths was mainly due to an increase in incidence of disease progression in the Eprex group compared with the placebo group (6% vs 3%).Brian Leyland-Jones PI on behalf of the BEST Investigators and Study Group

  13. Medische Oncologie 2004; 7: no 1

  14. Kritisch beoordelingsvermogen:Caelyx bij mammaca • Registratie voor monotherapie bij patiënten met een verhoogd risico op hartaandoeningen(www.cbg-meb.nl) • Equivalente activiteit in adjuvante setting en in combinatietherapie in de 1ste lijn is (nog) niet aangetoond • Reclame beschrijft vooral surrogaat eindpunten • Reclame is niet volledig

  15. Conclusies • Gedegen inzicht in farmacotherapie vertaalt zich in ‘therapie op maat’ • Terughoudendheid gewenst met nieuwe middelen als plaatsbepaling, of risico’s bij gebruik niet voldoende bekend zijn • Farmacovigilantie: registreer bijwerkingen via www.lareb.nl

More Related