1 / 19

Soorten onderzoeksvragen

Les 10. Soorten onderzoeksvragen. MODULE OV 2009-2010 LES 10. Les 10. Overzicht onderzoeksvragen. beschrijvend of beeldvormend vergelijkend verklarend waardebepalend en evaluatief. Les 10. Beschrijvend / beeldvormend. GEEN hypothese , laat staan toetsing daarvan

elkan
Download Presentation

Soorten onderzoeksvragen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Les 10 Soortenonderzoeksvragen MODULE OV 2009-2010 LES 10

  2. Les 10 Overzichtonderzoeksvragen • beschrijvend of beeldvormend • vergelijkend • verklarend • waardebepalend en evaluatief

  3. Les 10 Beschrijvend/beeldvormend • GEEN hypothese, laatstaantoetsingdaarvan • Geenduidelijkaantewijzenvariabelen (je varieertniets) • Beschrijving (van situatie, begrip, thema, persoon, etc.) op basis van eigenwaarnemingen (nu, ‘live’) of verzameldewaarnemingen (verleden, literatuur) • Kenmerkend: veel ‘hoe’- en ‘wat’-vragen • In PWS: typischvoorliteratuurgedeelte, maarzieook ‘waarnemingsverslag’

  4. Les 10 Voorbeelden • “Hoe zieteendoorgesnedenuieruit?” • “Hoe gedraagteentijgerzich in gevangenchap?” • “Watschrijft de literatuur over tijgers in gevangenschap?” • “Wat is viscositeit?” • “Wat is in de natuurkundeeenweerstand?” (LET OP: “Hoe WERKT eenweerstand?” is eenander type vraag!)

  5. Les 10 Vergelijkend • Beschrijvend, maar met intentieomverschilen/of overeenkomstaantetonen • Hypothese (nietnoodzakelijk) omschrijftverschil/overeenkomst, of doetuitspraak over bestaanhiervan • Meerderezaken op zelfde aspect vergeleken? ‘Als…dan…’-hypothese KAN van toepassingzijn hierookvariabelenaantewijzen • Kenmerkendetermen: verschil, overeenkomst, meer, minder, …-erdan, even als, etc. • In PWS: zowel in literatuurgedeelteals in experimenten

  6. Les 10 Voorbeelden • “Op welkepuntenkomen de doorsnedes van eenui en eenappelovereen?” • “De overeenkomstenzijn…” • “Watzijn de verschillentussen het gedrag van tijgers in het wild en tijgers in gevangenschap?” • “Er is geenverschiltussen…” • “Wat is meervisceus: water of slaolie?” • “Water is meervisceus” • “Wat is meervisceus: water met of zondersuiker?” • “ALS de suikerconcentratietoeneemt, DAN…”

  7. Les 10 Verklarend • Op zoeknaarantwoord op ‘waarom’-vraag • Hypothese(in gedachten) vaakvoorafgegaand door ‘omdat’, ‘want’, ‘vanwege’, etc. • Kenmerkendetermen: ‘waarom (beter: waardoor/waarvoor)?’, ‘hoe komt het dat?’ ‘wat is de oorzaak van?’, ‘wat is de redenvoor?’ • ‘Als…dan…’-hypothese van toepassingbijvragen die gaan over VERBAND tussenverschijnselen kanwordengebruiktomverklaringtetoetsen  aanwijzen van variabelen • In PWS: altijdvergezeld van EXPERIMENT

  8. Les 10 Voorbeelden Let op het subtieleverschilbij de onderstaandevragen: • Vraag: “Hoe komtdat de snelheid van eenchemischereactietoeneemtals de temperatuurtoeneemt?” (vraagtverklaringvoorwaargenomen VERBAND) • Hypothese: “De reactiesnelheidneemt toe door het snellerbewegen van deeltjesbijhogeretemperatuur” (hoe tetoetsen?) • Vraag: “Neemt de snelheid van eenchemischereactietoe bijhogeretemperatuur?” • Hypothese: “ALS de temperatuurtoeneemt, DAN neemt de reactiesnelheid toe” (toetsen van het waargenomenverband ZELF)

  9. Les 10 Waardebepalend en evaluatief • Op zoeknaargetallenen aantallen(‘hardemeetwaarden’) of naarmeningen(‘zachtemeetwaarden’) • Bij ‘harde’ data: GEEN hypothese ( zou GOK zijn!); wel: onafhankelijke en afhankelijkevariabele • Kenmerkendetermen: ‘hoeveel?’ ‘hoe lang?’ ‘hoe snel?’, etc. maarook ‘watvindt ….?’, ‘hoe denkt?’ • In PWS: • evaluatief: vaak in enquêtes • waardebepalend: in experimenten

  10. Les 10 Voorbeelden • “Hoe langbrandteenwaxinelichtje van de HEMA?” • “Hoeveelallochtonenwonener in Haaksbergen?” (kanookwordenopgevatalsbeschrijvend) • “Hoeveelprocent van de leerlingenrooktmeerdaneenpakje per week?” • “Watvindt de gemiddeldeleerling van docent X?”

  11. Les 10 Onderzoeksvraagvaakcombi • Veelonderzoeksvragenvaak in tedelen in meerdanééncategorie • Hoofdvraagvaakaanleidingvoormeerderedeelvragen, die nietperseuitzelfdecategoriekomen • In PWS: altijdmeerderedeelvragenbijéénhoofdvraag (ook op tevattenals: hoofdthema)

  12. Les 10 Onderzoeksvraagvaakcombi • Voorbeeld: “Watheefteenlangerebrandtijd: eenwaxinelichtje van de HEMA of één van de ACTION?” (vergelijkend)  nodig: tweemaalantwoord op eenwaardebepalendevraag (“Hoe langbrandt…”) • Voorbeeld: “Watzijn de verschillentussen het gedrag van tijgers in gevangenschap en tijgers in het wild?” (vergelijkend)  nodig: tweemaalantwoord op eenbeschrijvendevraag (“Hoe gedragen…?”)

  13. Les 10 PWS bij N-profiel • Moet experimentele component bevatten hoofd- danweldeelvraag is sowiesovergelijkende en/of verklarendevraag • Bijaantonen van eenverband: ‘Als…dan…’-formuleringgoedtegebruikenalshypothese

  14. Les 10 Extra voorbeelden • Hangt het kookpunt van eenoplossingaf van de hoeveelheidopgelostestof? • Watwordtbedoeld met homeopathie? • Wordt het eetgedrag van egelsbeïnvloed door de temperatuur? • Veranderenkleurstoffenbijverandering van pH? • Verandertiemandshartslagtijdensparachutespringen? • Hoe werkt de stuurinrichting van een auto? • Wat zijn de verschillen tussen telescopen gebaseerd op gekromde spiegels en die gebaseerd op lenzen? • Welke ideeën bestonden er in de oudheid over voortplanting? • Hoe veroorzaaktplaattektoniekgebergtes?

  15. Les 10

  16. Les 10 Oefenmateriaal • Optie 1 Rodekoolsap is onderzureomstandigheden (bijlage pH waarden) rood van kleur. Het toevoegen van bijvoorbeeldafwasmiddelzorgtvooreen pH-verandering(dezewordthoger), en hiermeeverandertook de kleur: van rood naarblauw/groen. Is ditnormaalbijkleurstoffen? Ontwerpeen experiment waarbij je vooreenafgebakendgebiedbovenstaandenaderonderzoekt.

  17. Les 10 Oefenmateriaal • Optie 2 Intuitiefzeggenveelmensendatals je twee voorwerpen van verschillendgewichtvanafeenbepaaldehoogteloslaat, het zwaarderevoorwerpsnellervaltdan het lichtere. Is ditookwerkelijkzo, of spelen heel anderefactoreneenrolbij de valtijd? Ontwerpeen (serie) experiment(en) waarmee je bovenstaandenaderonderzoekt.

  18. Les 10 Oefenmateriaal • Optie 3 Wanneereendierwordtbegraven, zullen – navelejaren – ook de botten ‘verdwenen’ zijn, datwilzeggen: volledigafgebrokentot anderematerialen. Ditproces is met behulp van chemicaliënteversnellen. Ditkunnenvrijeenvoudigestoffenzoalsazijnzijn. Watgebeurterals je eenkippenbotje in azijnlegt? En is het proceswatdanoptreedtweeromtedraaien? Ontwerpeen experiment waarin je bovenstaandenaderonderzoekt.

  19. Les 10 Oefenmateriaal • Optie 4 Wanneer je eenmuntopgooit en op tafellaatlanden, kan ‘kop’ of ‘munt’ bovenliggen. Men is geneigdtezeggendat de kans op beidezijden 50% is – je hebtimmersmaar twee mogelijkheden. Even zogoed is de kans op ‘zeven’ met twee dobbelsteenzo’nkleine 17%. Maarbetekentditookals je 10 keer ‘kop’ gegooidhebt, de kans op ‘munt’ groterwordt (anderskom je immersnietaan 50%)? En krijg je, als je 100 keer met de dobbelsteengooit, tenminste 17 keer 7? Of gaandezeredeneringenhelemaalniet op? Ontwerpeen experiment waarin je bovenstaandenaderonderzoekt.

More Related