1 / 43

Rekenen

Rekenen. Cito M5 oefenen. 1. Het middelste getal is de optelsom van de buitenste getallen. Welk getal ontbreekt er?. 1. Het middelste getal is de optelsom van de buitenste getallen. Welk getal ontbreekt er?. 2. De voetbaltraining begint om half 9.

Download Presentation

Rekenen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Rekenen Cito M5 oefenen

  2. 1 Het middelste getal is de optelsom van de buitenste getallen. Welk getal ontbreekt er?

  3. 1 Het middelste getal is de optelsom van de buitenste getallen. Welk getal ontbreekt er?

  4. 2 De voetbaltraining begint om half 9. Hoe lang duurt het nog voordat je training begint?

  5. 2 De voetbaltraining begint om half 9. Hoe lang duurt het nog voordat je training begint? 1 uur verder en een half uur verder = anderhalf uur (=1 uur en 30 minuten)

  6. 3 Sam betaalt met een briefje van €20,-. Hoeveel geld krijgt hij terug als hij dit wil kopen? €1,50 €1,50 Dit is hetzelfde als een briefje van ………, een briefje van ……. en een muntje van ………

  7. 3 Sam betaalt met een briefje van €20,-. Hoeveel geld krijgt hij terug als hij dit wil kopen? 20 – 3 = 17 €1,50 €1,50 Dit is hetzelfde als een briefje van 10, een briefje van 5 en een muntje van 2 euro

  8. 4 Reken uit: 27:4=

  9. 4 Reken uit: 27:4= 6 R3

  10. 5 Peter ging precies een week geleden naar een pretpark. Welke dag en datum was dat?

  11. 5 Peter ging precies een week geleden naar een pretpark. Welke dag en datum was dat? Woensdag 23 november

  12. 6 De plank is 2 M lang. Peter zaagt er 50 cm af. Hoeveel cm is de plank nu?

  13. 6 De plank is 2 M lang. Peter zaagt er 50 cm af. Hoeveel cm is de plank nu? 1 m = 100 cm, dus 2 M = 200 cm 200-50=150 cm (=1M en 50 cm)

  14. 7 Een hele pizza kost € 12,-. Hoeveel kost dan 2 en een halve pizza? €12,-

  15. 7 Een hele pizza kost € 12,-. Hoeveel kost dan 2 en een halve pizza? 12+12+6= €30,- €12,- €6,- €12,-

  16. 8 Hoe lang is deze wortel?

  17. 8 Hoe lang is deze wortel? 23 ½ cm = 23 en een halve cm = 235mm

  18. In een vrachtwagen zitten 20 dozen. In elke doos zitten 7 boeken. Hoeveel boeken zijn er in de vrachtwagen? 9 7 boeken per doos

  19. In een vrachtwagen zitten 20 dozen. In elke doos zitten 7 boeken. Hoeveel boeken zijn er in de vrachtwagen? 9 7 boeken per doos 3 Dozen van 7 boeken = 3x7=21, maar ze vroegen 20 dozen, dus 20 x7= 140

  20. Hoeveel wegen de volgende spullen of dieren ? Kies uit kg of gram. 10 5oo 1 2 50

  21. Hoeveel wegen de volgende spullen of dieren ? Kies uit kg of gram. 10 5oo kg 2 kg Kg = 1000 gram 50 gram

  22. 11 Hoe laat is het op deze klok? 5 over 9 5 voor 9 5 voor half 9 5 over half 9

  23. 11 Hoe laat is het op deze klok? C ) 5 voor half 9

  24. 12 Welk getal moet er op de streep staan? 680+……=1000

  25. 12 Welk getal moet er op de streep staan? 680+320= 1000

  26. Op de markt kost een zak fruit van 3 kg € 2,- Henk wil 6 kg kopen. Hoeveel moet hij betalen? 13 € 2,-

  27. Op de markt kost een zak fruit van 3 kg € 2,- Henk wil 6 kg kopen. Hoeveel moet hij betalen? 13 € 4,- € 2,- € 2,-

  28. 14 Met 1 pak melk van 1 liter kun je 5 glazen inschenken. Er zijn 24 kinderen die graag melk willen. Hoeveel pakken melk moet Eline kopen?

  29. 14 Met 1 pak melk van 1 liter kun je 5 glazen inschenken. Er zijn 24 kinderen die graag melk willen. Hoeveel pakken melk moet Eline kopen? 1 pak ---- 5 glazen 2 pakken ---- 10 glazen 3 pakken ---- 15 glazen 4 pakken ---- 20 glazen 5 pakken ---- 25 glazen 5 x 5 = 25, dus 5 pakken.

  30. De entreeprijzen van de dierentuin zijn € 8,- per persoon. Sandra koopt 4 kaartjes. Ze betaalt met 2 briefjes van €20,- Hoeveel geld krijgt ze terug? 15

  31. De entreeprijzen van de dierentuin zijn € 8,- per persoon. Sandra koopt 4 kaartjes. Ze betaalt met 2 briefjes van €20,- Hoeveel geld krijgt ze terug? 15 4 x 8 = 32, dus 8,- terug 32+ 8 = 40 40-32=8

  32. 16 Hoeveel euro heeft Petra korting gekregen? € 22,- € 16,00

  33. 16 Hoeveel euro heeft Petra korting gekregen? € 22,- € 16,00

  34. 17 Hoeveel tegels zijn er weggehaald voor het maken van de moestuinen?

  35. 17 Hoeveel tegels zijn er weggehaald voor het maken van de moestuinen? 4 4 Dus 8 tegels

  36. 18 Tel met stappen van 10 terug. Wat komt er op de vraagtekens te staan?

  37. 18 Tel met stappen van 10 terug. Wat komt er op de vraagtekens te staan?

  38. 19 Hoe lang is de auto? 4 …..

  39. 19 Hoe lang is de auto? 4 M = 400 cm.

  40. 20 Voor een klein stukje grond is 1 zakje graszaad nodig. Hoeveel zakjes heb ik nodig voor het hele grasveld? grasveld 100 m2

  41. 20 Voor een klein stukje grond is 1 zakje graszaad nodig. Hoeveel zakjes heb ik nodig voor het hele grasveld? grasveld 100 m2

  42. 21 Tel met stappen van 1 terug. Wat komt er op de vraagtekens te staan?

  43. 21 Tel met stappen van 1 terug. Wat komt er op de vraagtekens te staan?

More Related